Column: op bezoek bij Jesper
Op vrijdagmiddag 21 september staan we klaar op school om naar Jesper te gaan. Het is een jaar geleden dat we Jesper verloren, en daar willen we samen met de kinderen bij stil staan. Met een groepje van elf kinderen gaan de groepsleerkracht, de directeur en ik naar Jesper!We zijn enorm benieuwd naar het graf van Jesper. Daar staat een kunstwerk op wat Jesper ooit in het klein gemaakt heeft en wat nu als het ware opgeblazen is en op de kop van zijn graf staat. Een soort reliëf met allerlei nissen. Vanuit dit kunstwerk loopt een aluminium ader naar drie glazen gekleurde stenen die uit een steen ontstaan zijn. De paarse steen is van Jesper, zijn silhouet van aluminium ligt daarop met daaronder zijn naam in zijn eigen handschrift.
Ondernemende schoolleiding leidt tot betere schoolprestaties
Ondernemende schoolleiding leidt tot betere schoolprestaties
De leiding van een school bepaalt maar voor een klein deel hoe goed de opbrengsten van een school zijn. Maar er zijn aanwijzingen dat een ontwikkelingsgerichte schoolcultuur, waarin samenwerking, professionalisering en vernieuwing centraal staan, tot betere schoolprestaties leidt. Dit concludeert NWO-onderzoeker Gerdy ten Bruggencate. Zij onderzocht de invloed van schoolleiders op de schoolprestaties in het voortgezet onderwijs. Ze promoveert op 12 februari aan de Universiteit Twente op haar proefschrift ‘Maken schoolleiders het verschil?’
In de afgelopen jaren werd steeds duidelijker dat de invloed van schoolleiderschap op de leerprestaties relatief klein is, zeker vergeleken met de invloed van de achtergrond van de leerlingen. De invloed van de schoolleiding is bovendien lastig te traceren. Toch stelt Ten Bruggencate nu vast dat het schoolleiderschap een kleine, maar significante, invloed heeft op het rendement van de school.
De focus binnen het onderzoek naar schoolleiderschap in het onderwijs is in de afgelopen decennia verschoven. In de jaren tachtig werd nog vooral uitgegaan van een 'nauwe' opvatting van schoolleiderschap, waarbij de schoolleider werd gezien als onderwijskundig leider en supervisor van docenten. Later kwam er meer aandacht voor bredere modellen waarbij de betrokkenheid en capaciteiten van docenten en het delen van leiderschapstaken centraal staan.
Ontwikkelingsgerichte scholen presteren beter
Hoewel er tot op heden weinig bekend is over de invloed van schoolleiders op de leerlingopbrengsten, zijn er al wel veel factoren gevonden die daarbij mogelijk een rol spelen, zoals de motivatie van docenten en het werkklimaat voor leerlingen. Ten Bruggencate gebruikte een algemeen organisatiemodel, het zogenaamde concurrerende waarden model, om zowel schoolleiderschap als de schoolorganisatie nauwkeurig te kunnen karakteriseren.
De onderzoeker ontdekte dat een ondernemende schoolleiding een ontwikkelingsgerichte schoolcultuur kan stimuleren door te zorgen voor duidelijke doelstellingen en voor ruimte om eigen keuzes te maken. In zo'n ontwikkelingsgerichte schoolcultuur ligt de nadruk op samenwerking, professionalisering en vernieuwing. Een hogere ontwikkelingsgerichtheid leidt tot een beter werkklimaat in de klassen en dit leidt weer tot betere schoolprestaties. Hierbij gaat het vooral om een verhoging van het percentage leerlingen dat onvertraagd doorstroomt in de bovenbouw.Opvallend is ook dat juist schoolleiders van scholen met lagere eindexamencijfers zich richten op het stellen van doelen, aanpassing en vernieuwing. Schoolleiders van scholen met stabiele hoge prestaties leggen hier minder nadruk op. Deze resultaten laten mogelijk het effect zien van het overheidsbeleid dat zich richt op een hogere autonomie voor scholen, en dat die autonomie koppelt aan het afleggen van verantwoordelijkheid.
Honderd scholen doorgelicht
Om de invloed van schoolleiders op de schoolprestaties te kunnen testen, werden gegevens verzameld op ruim honderd scholen voor voortgezet onderwijs in Nederland. In totaal namen 103 schoolleiders, 998 docenten en 4336 havo-5 leerlingen deel aan het onderzoek. De schoolprestaties werden gemeten aan de hand van de gemiddelde cijfers op het centraal schriftelijk eindexamen en de gemiddelde doorstroom in de bovenbouw.
Gerdy ten Bruggencate voerde haar onderzoek uit als onderdeel van het project ‘Onderwijskundige sturing en schooleffectiviteit’. Haar onderzoek werd gefinancierd door de Programmaraad Onderwijsonderzoek van NWO.
Noot voor de pers
Gerdy ten Bruggencate voerde haar onderzoek uit als onderdeel van het project ‘Onderwijskundige sturing en schooleffectiviteit’. Ze deed dit onder begeleiding van dr. Hans Luyten en prof. dr. Jaap Scheerens in de vakgroep Onderwijsorganisatie en -management (OM) van de Universiteit Twente en in samenwerking met onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek werd gefinancierd door de Programmaraad Onderwijsonderzoek van NWO. Een digitale versie van het proefschrift ‘Maken schoolleiders het verschil? Onderzoek naar de invloed van schoolleiders op de schoolresultaten’ is beschikbaar.
Contactpersoon voor de pers: Joost Bruysters, tel (053) 4892773.
Meer informatie:Grote en kleine kwaliteit
Zaterdagochtend, vaak het meest ideale moment om het huis op orde te krijgen. Het is lekker weer, dus ik zet de ramen open. De vuile was gaat in de machine en beneden stort ik me op de afwas. Een raar geluid komt van boven. Een soort vreemd getik. Ja hoor, wasmachine kapot. Aangezien een wasmachine onontbeerlijk is, wordt dat dus een nieuwe kopen.
Twee uur later lopen we door de stad. Het stikt van de elektronicazaken in de stad. Bovendien is het druk. Bij De Klein ook. Toch stappen we naar binnen. Een keur aan wasmachines doemt voor ons op.
Gratis lessen voor MR-leden (1): waarom scholen zo rijk zijn.
Ondanks dat scholen voor het VO veelal een matig financieel beleid voeren zijn er nog geen scholen failliet gegaan in Nederland. Een bewijs dat scholen, ondanks dat anders beweerd wordt, wel erg ruim in hun financiële jasje zitten.
Waar laten scholen hun overtollige geld?
De docent als ondernemer
Op bijna alle scholen voor VO zijn docenten gedegradeerd tot werknemers met een “takenplaatje”, waarin tot op het uur nauwkeurig het takenpakket ingevuld is. Geen verantwoordelijkheidsbeleid, maar taakbeleid. In veel scholen praat men over de overgang van een ‘bureaucratisch-politieke cultuur’ naar een ‘professionele cultuur’ en het ‘laag leggen van de verantwoordelijkheden in de organisatie’. Maar de vastgezette verhoudingen en de cao-mentaliteit van zowel bestuurders, vakbonden als docenten verhinderen een dergelijke overgang. Daarom wordt het tijd dat docenten zelf het heft in handen nemen en hun professionele opvattingen niet alleen laten blijken in hun vak als docent, maar ook in hun verhouding met de werkgever. De vaak buitengewoon armetierige arbeidsorganisatie in de scholen is veel meer debet aan de lage status en de onaantrekkelijkheid van het beroep dan bijvoorbeeld het salaris.
Ondernemende schoolleiding leidt tot betere schoolprestaties
De leiding van een school bepaalt maar voor een klein deel hoe goed de opbrengsten van een school zijn. Maar er zijn aanwijzingen dat een ontwikkelingsgerichte schoolcultuur, waarin samenwerking, professionalisering en vernieuwing centraal staan, tot betere schoolprestaties leidt. Dit concludeert NWO-onderzoeker Gerdy ten Bruggencate. Zij onderzocht de invloed van schoolleiders op de schoolprestaties in het voortgezet onderwijs. Ze promoveert op 12 februari aan de Universiteit Twente op haar proefschrift ‘Maken schoolleiders het verschil?’
Dezelfde visie, andere organisatie
Het Montessoricollege in Nijmegen en het Montessorilyceum in Den Haag delen hun onderwijskundige visie, maar de manier waarop de schoolorganisaties in elkaar steken, verschilt nogal. In Nijmegen nemen kernteams van docenten het voortouw in de begeleiding van de leerlingen. In Den Haag zijn het de mentoren en de vaksecties die de kar trekken.
Toen het Nijmeegse Montessoricollege vijftien jaar geleden fuseerde, was dat de aanleiding om de school anders te organiseren. Het werd een nieuwe start, met nieuw elan. Rector Janneke Stam: ‘We hebben een jaar geëxperimenteerd met een kernteam: een vaste kern van docenten die een groep leerlingen begeleidt. Dat verliep zo goed, dat we die aanpak, weliswaar met wat aanpassingen, op de hele school hebben ingevoerd.’
Blog 4 (Sebastiaan): Molecuul
Vanmorgen mocht ik weer eens bijspringen in verschillende groepen. Er moesten hier en daar wat toetsen worden afgenomen. De beroemde AVI’s en DMT’s uit het CITO LOVS. Zelf heb ik twee jaar geleden in een teamvergadering voorgesteld dat individuele toetsafnames het beste uitgevoerd kunnen worden door de klassenleerkracht. Dat is voor de leerlingen een stuk vertrouwder, en leerkrachten kunnen zich bekwamen in het objectief afnemen van de toetsen. Ook de toetssituatie levert op deze manier aan de leerkracht soms interessante informatie op, die zij vervolgens in het algemeen beeld van het kind kunnen meenemen. Ik zie louter voordelen.
Introductie blogger: Sebastiaan
Graag stelt hij zich even aan jullie voor.

