logo-interstudielogo-cna
Het belangrijkste in communicatie is te horen wat er niet wordt gezegd. woensdag 23 mei 2012
Home Kenniscentrum Thema: op de werkvloer Dezelfde visie, andere organisatie
maandag 09 februari 2009 15:10

Dezelfde visie, andere organisatie

Beoordeel dit artikel
(0 stemmen)

Het Montessoricollege in Nijmegen en het Montessorilyceum in Den Haag delen hun onderwijskundige visie, maar de manier waarop de schoolorganisaties in elkaar steken, verschilt nogal. In Nijmegen nemen kernteams van docenten het voortouw in de begeleiding van de leerlingen. In Den Haag zijn het de mentoren en de vaksecties die de kar trekken.

Toen het Nijmeegse Montessoricollege vijftien jaar geleden fuseerde, was dat de aanleiding om de school anders te organiseren. Het werd een nieuwe start, met nieuw elan. Rector Janneke Stam: ‘We hebben een jaar geëxperimenteerd met een kernteam: een vaste kern van docenten die een groep leerlingen begeleidt. Dat verliep zo goed, dat we die aanpak, weliswaar met wat aanpassingen, op de hele school hebben ingevoerd.’


De school voor vmbo, havo en vwo heeft zijn circa 1500 leerlingen verdeeld over vier locaties die ver uit elkaar liggen. Als straks de nieuwbouw klaar is zullen leerlingen uit drie locaties in één gebouw worden ondergebracht. ‘We willen het gevoel van kleinschaligheid van de aparte locaties per se behouden. Een centraal gebouw heeft wel als voordeel dat je ruimtes voor muziek of sport kunt delen. Voor de kernteams is het prettig om hun kennis en ervaring direct met elkaar te kunnen uitwisselen’, aldus Stam.

Het organisatorische plaatje van de school is gemakkelijk uit te tekenen. De algemene schoolleiding ligt in handen van de rector. Vier conrectoren hebben ieder de verantwoordelijkheid voor een locatie, die relatief zelfstandig opererende eenheden zijn. Zij sturen de teams aan en voeren ook functioneringsgesprekken. De kernteams, bestaande uit een groep van vier tot zes docenten, zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het onderwijs en de begeleiding van een paar klassen van in totaal 100 tot 125 leerlingen uit twee jaargangen. De kernteams hebben een eigen budget. Zij kunnen zelf activiteiten ondernemen maar moeten wel binnen de regels van de school blijven.

Kernteams aan het werk
Op de Nijmeegse scholengemeenschap begeleidt een kernteam zijn leerlingen twee jaar lang. De groepen zijn homogeen, dus met niet te veel niveauverschil. Het kernteam is het eerste aanspreekpunt als er problemen zijn, bijvoorbeeld als een les niet lekker loopt. Kernteamleden zijn uiteraard zo veel mogelijk ingeroosterd als docent. Stam over de voordelen die dat heeft: ‘In de praktijk werkt een homogene groepssamenstelling het best. De kernteams maken zelf uit wie wat doet. De ene docent is een betere begeleider, de ander voelt zich meer thuis bij het organiseren van activiteiten. Lessen in de onderbouw van het vmbo worden voor het merendeel door drie of vier docenten uit het kernteam gegeven. Dat zorgt voor een sterke eenheid in het lesgeven. Dat geeft rust, en in die sfeer gedijen de kinderen enorm. Sommige kunnen daardoor een hoger niveau aan. Ons uitgangspunt is dat we het onderwijs rond de leerling organiseren en niet rond het vak.’
De ervaring met het werken in kernteams is voor Stam dus positief. Ze zou niet anders meer willen. ‘Dat komt omdat we dit doen vanuit onze eigen opvattingen en niet omdat het in de mode is. Vertrouwen hebben in de ander en verantwoordelijkheid nemen voor wat je zelf kunt doen - dat geldt hier voor de leerlingen en voor het team. Ik vind het prachtig als ik zie hoe een team het probleem van een drukke, onrustige klas heeft opgelost door ze extra gymles te geven.’

Ontwikkelingen in het onderwijs zorgen ervoor dat de organisatie nooit af is, denkt Stam. ‘We willen bijvoorbeeld meer aandacht geven aan de vakinhoud. Die raakte een beetje ondergesneeuwd. De vakgroep Nederlands start daarom met een pilot om te kijken hoe we dat beter vorm kunnen geven.’

Meer duidelijkheid
Bijna 150 kilometer westwaarts ligt het Haags Montessorilyceum. De ruim 800 leerlingen komen soms van ver gefietst. Hugo Dirksmeier, sinds zes jaar directeur, heeft veel veranderingen in gang gezet. ‘Ik trof een leuke, enigszins vrijgevochten school aan waar sommige docenten zich teruggetrokken hadden in hun eigen ‘toko’. Meteen zijn we gaan werken aan meer duidelijkheid – rust en reinheid noem ik dat – en aan onderwijsvernieuwing. We hebben het schoolgebouw aangepast aan de moderne eisen en de manier van lesgeven is meer gestructureerd.’


De school kent naast de rector vijf afdelingsleiders, die verantwoordelijk zijn voor het reilen en zeilen in de jaargangen. Samen vormen zij het managementteam. Dirksmeier: ‘Volgend jaar verandert dat. We gaan terug naar drie afdelingsleiders: een voor de eerste- en tweedejaars, een voor derde- en vierdejaars, en een voor de klassen vijf en zes. We hopen daarmee de kloof tussen de onder- en bovenbouw te verkleinen. Elke klas heeft daarnaast een eigen mentor, die zorgt voor ondersteuning en begeleiding. De afgelopen jaren hebben we de taaklast voor docenten op de schop genomen en duidelijker afspraken gemaakt. Iedereen deed er van alles en nog wat bij. Nu hoeft bijvoorbeeld een mentor minder les te geven omdat hij andere taken heeft.’


Geen schoolbel

Hoewel Dirksmeier ook wel de voordelen ziet van het werken in kernteams, vindt hij dat niet bij zijn school passen. ‘Ik ben bang dat die teams dan te veel aparte eilandjes zouden gaan vormen. Ik vind dat de school in de eerste plaats van de leerlingen is. We gaan uit van gelijkwaardigheid. We noemen elkaar bij de voornaam, maar wel met respect. Er is hier geen schoolbel en toch zijn de leerlingen op tijd in de les. In keuzeuren kunnen ze zelf bepalen welke vakken ze volgen. Vrijheid maar geen vrijblijvendheid. Daarop passen wij de organisatie dus aan. Alle docenten van een klas zijn in mijn ogen een team; de mentor moet die bij elkaar zetten als er iets is. De vaksecties zorgen voor de inhoudelijke kant.’


De verschillen tussen de scholen lijken op papier misschien groot, in de praktijk valt dat erg mee. De manier waarop een school draait, lijkt een logisch gevolg te zijn van de voorgeschiedenis, maar ook van het aantal leerlingen. Betrokkenheid bij de school spreekt uit beide verhalen. Los van elkaar zeggen beide directeuren in precies dezelfde bewoordingen: ‘Leerlingen mogen best meer ambitie tonen.’ De schoolorganisaties zijn er in ieder geval klaar voor.

Laatst gewijzigd op: donderdag 08 juli 2010 15:48
Redactie Linca

Redactie Linca

Linca is een initiatief van Centrum van Nascholing Amsterdam en Interstudie NDO. Ze is geboren op het internet op 1 januari 2009. Ze is een platform waar onderwijs professionals inspiratie kunnen halen, zich kunnen ontwikkelen, van elkaar kunnen leren en aan loopbaanontwikkeling kunnen doen. Ze geeft veel informatie maar hoopt ook veel van anderen te leren, iedereen mag zijn of haar bijdrage leveren.

Website: www.linca.nl E-mail: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
Login to post comments