De docent en zijn loopbaan
Menig portfolio wordt samengesteld waarin de persoonlijke ontwikkeling van de docent staat omschreven. Waarin staat wat er precies is gedaan om het vakgebied bij te houden en beter te worden. Dat valt nog niet mee. Er zal moeten worden vastgelegd, bewezen, gereflecteerd en 360graden geëvalueerd.
Docenten die al jaren in de school werken komen er soms achter dat het niet voldoende is geweest om in aanmerking te komen voor een andere inschaling. En dat kan behoorlijk frustreren. Wat kan dat betekenen?
Column: Leve de lange vakanties
Zeg je tegen een docent (zoals op verjaardagsfeestjes weleens gebeurt of door een adviescommissie wordt geopperd): “Goh, jullie hebben wel erg veel vakantie!”, komt er steevast hetzelfde antwoord: “Ja, maar dat hebben we ook nodig, want het is een erg zwaar beroep (en jullie hebben tegenwoordig toch ook wel zes of zeven weken?)”.
De docent als ondernemer
Op bijna alle scholen voor VO zijn docenten gedegradeerd tot werknemers met een “takenplaatje”, waarin tot op het uur nauwkeurig het takenpakket ingevuld is. Geen verantwoordelijkheidsbeleid, maar taakbeleid. In veel scholen praat men over de overgang van een ‘bureaucratisch-politieke cultuur’ naar een ‘professionele cultuur’ en het ‘laag leggen van de verantwoordelijkheden in de organisatie’. Maar de vastgezette verhoudingen en de cao-mentaliteit van zowel bestuurders, vakbonden als docenten verhinderen een dergelijke overgang. Daarom wordt het tijd dat docenten zelf het heft in handen nemen en hun professionele opvattingen niet alleen laten blijken in hun vak als docent, maar ook in hun verhouding met de werkgever. De vaak buitengewoon armetierige arbeidsorganisatie in de scholen is veel meer debet aan de lage status en de onaantrekkelijkheid van het beroep dan bijvoorbeeld het salaris.
Ondernemende schoolleiding leidt tot betere schoolprestaties
De leiding van een school bepaalt maar voor een klein deel hoe goed de opbrengsten van een school zijn. Maar er zijn aanwijzingen dat een ontwikkelingsgerichte schoolcultuur, waarin samenwerking, professionalisering en vernieuwing centraal staan, tot betere schoolprestaties leidt. Dit concludeert NWO-onderzoeker Gerdy ten Bruggencate. Zij onderzocht de invloed van schoolleiders op de schoolprestaties in het voortgezet onderwijs. Ze promoveert op 12 februari aan de Universiteit Twente op haar proefschrift ‘Maken schoolleiders het verschil?’
De toekomst is gisteren begonnen
Hersteloperatie
De laatste tien jaar laat een toenemende belangstelling zien voor de professionalisering van de docent. Er is niet alleen zorg over opleidingspeil en de kwaliteit van de professional. In het HRM beleid van de scholen, bij de CAO onderhandelingen tussen bonden en werkgevers en in een reeks adviezen aan de overheid worden tal van maatregelen voorgesteld om de professionaliteit te verhogen.
Dezelfde visie, andere organisatie
Het Montessoricollege in Nijmegen en het Montessorilyceum in Den Haag delen hun onderwijskundige visie, maar de manier waarop de schoolorganisaties in elkaar steken, verschilt nogal. In Nijmegen nemen kernteams van docenten het voortouw in de begeleiding van de leerlingen. In Den Haag zijn het de mentoren en de vaksecties die de kar trekken.
Toen het Nijmeegse Montessoricollege vijftien jaar geleden fuseerde, was dat de aanleiding om de school anders te organiseren. Het werd een nieuwe start, met nieuw elan. Rector Janneke Stam: ‘We hebben een jaar geëxperimenteerd met een kernteam: een vaste kern van docenten die een groep leerlingen begeleidt. Dat verliep zo goed, dat we die aanpak, weliswaar met wat aanpassingen, op de hele school hebben ingevoerd.’
Publicatie: de leraar maakt het verschil
door Allert de GeusHet leraarsvak moet meer body krijgen. Dit betekent meer dan een hoger salaris en minder lesuren. Als de school en de leraar ook werk maken van variatie, zal het leraarsvak blijvend boeien.
In Nederland maken velen zich zorgen over de kwaliteit van het leraarsvak. Dit thema hangt nauw samen met de positie van de leraar, het lerarentekort en de loopbaanmogelijkheden in het onderwijs. Iedereen is het er over eens dat het onderwijs gebaat is bij goede en genoeg leraren. In onze praktijk van werving & selectie komt de aantrekkelijkheid van het leraarsvak dagelijks aan de orde. Veel kandidaten geven aan dat ze in hun werk vastlopen omdat de loopbaanmogelijkheden binnen de eigen school beperkt zijn. Als je als leraar iets anders wilt, moet je overstappen naar een andere school. Van scholen horen wij van het chronische en groeiende tekort aan bevoegde docenten. Vooral in Zuid Holland is het nijpend. Het is de vraag hoe het onderwijsveld meer mensen kan aantrekken en de goede leraar kan blijven binden. Ligt in materiele zaken de sleutel of moet er naar iets anders gezocht worden?

